Nieuws

“Alles in die muziek wordt opnieuw uitgevonden”

Op 17 september zingt Vocaal Ensemble MUSA werken van Schütz en Carissimi onder leiding van Jos van Veldhoven. Ter gelegenheid van dit project sprak Makiri Mual met de dirigent over emotie en retorica, over oude muziek en de muzikale vernieuwers uit de vroege zeventiende eeuw.

Bij Jos van Veldhoven thuis kan je niet om Bach heen. Bij het portret door Marte Röling blijft hij staan. Voor die schilderopdracht reisde Van Veldhoven met een koffer vol afbeeldingen en documentatie af naar haar atelier, met een jonger en menselijker Bach als resultaat. Even gepassioneerd is Van Veldhoven over de muziek en de betekenis van Bachs wegbereider Heinrich Schütz en diens tijdgenoten.

Bij gebrek aan Schütz’ beeltenis buigen we ons over ‘de zwarte bolletjes die we noten noemen’. Van Veldhoven pleit voor blijvende nieuwsgierigheid, juist ook binnen een bekend oeuvre als dat van Schütz. “Die muziek is fantastisch en ik ontdek steeds weer iets nieuws. Helaas ontgaat de gemiddelde liefhebber vaak deze sensatie. Ze missen dan jammerlijk het gevoel van een ontdekking, het onbekende. Iets bekends als nieuw ervaren dat is moeilijk. Als we muziek maken zitten onze gewoontes vaak in de weg. Aan een ‘Mahler-gewoonte’ heb je niks als je Haydn uitvoert. Maar goed, je hebt ook hele flexibele gezelschappen.”

Geuzennaam

MUSA, misschien? Dat vraag ik me hardop af. Van Veldhoven: “Ik kan heel waardevrij spreken. Woorden als amateur en dilettant zijn mij te negatief. Wat heeft de kwaliteit van de zanger met een amateurstatus te maken? Technisch veeleisende muziek is soms moeilijk te spelen of zingen. Maar veel muziek is goed zingbaar en soms zingen ‘amateurs’ het beter dan beroepsmusici. Die grens is dus niet zo te trekken. Als je veel Josquin Desprez zingt doet dat dus wat met je koorklank.” Helder. Maar elke dirigent heeft wat te bevechten bij een nieuw gezelschap, zo ook bij MUSA. Hij vervolgt: “Je merkt wel waar routines zitten, waardoor het niet helemaal vrij is. Conventie is een raar ding. Maar het potentieel van het koor is wat helpt. En de cultuur van de groep. Hebben ze de mogelijkheden zich goed voor te bereiden, zijn ze flexibel?”

Dé Gouden Eeuw

Van Veldhoven’s favoriete periode ligt ingeklemd tussen een intrigerende zestiende en een van genialiteit bruisende achttiende eeuw. Het is deze overgang van Renaissance naar Hoogbarok die bijzonder is. Van Veldhoven: “Alles in de muziek wordt opnieuw uitgevonden. De Middeleeuwen en de Renaissance leven wel door, maar er gebeuren veel nieuwe dingen.” In de vroege zeventiende eeuw hielden – gestimuleerd door de opkomst van nieuwe muziekvormen en de retorica – componisten en theoretici zich bezig met nieuwe genres zoals opera en oratoria. “Carissimi is daar een geniaal voorbeeld van. Nooit een nooit verkeerde noot op het muziekpapier. Heel authentiek. En net als Schütz, zonder grote ijdelheid, van hart tot hart. Púre muziek die muziek uit de eerste helft van de zeventiende eeuw. Van Schütz, Cavalli, Rosenmüller en Buxtehude wordt op grote podia het repertoire te weinig uitgevoerd. Topstukken van Schütz, en daar rekende Schütz zelf bijvoorbeeld de Exequien en de Weinachtshistorie zeker bij, zijn zelden te horen.” En daar glimt dan weer Van Veldhoven als programmeur, in het niet aflatend zoeken naar onbekend of te weinig gespeeld werk.

Onzelfzuchtig

Van Schütz noch Carissimi bustes bij Van Veldhoven: “Schütz is minder uitvoerig gedocumenteerd en toch is er redelijk wat bekend. Schütz is minder verbijsterend dan Bach. Hij is een van de eerste componisten in Duitsland die de taal bij de hand pakt en integreert in de muziek. Dat heeft hij in Italië geleerd. En hij doet dat op een natuurlijk manier. Als je Schütz uitvoert is het alsof de muziek er altijd is en de componist altijd afwezig is. De overrompeling vloeit eerder voort uit de notie van iets wat ooit nieuw is geweest. Schütz doet veel dingen voor de eerste keer. Hij heeft niet alle toeters en bellen van de Barok nodig.”

Diepste affecten

Veel met weinig middelen. Zoals bij Jephte, een betrekkelijk kort verhaal. Van Veldhoven: “Een vader die zijn jonge dochter moet offeren. Dat slaat in als een bom bij beiden. Zij heeft in het stuk zelfs geen naam en zegt ‘Ja, papa als je dat hebt beloofd dan moet dat gebeuren.’ Nog een kind, komt ze vervolgens met een ongewoon verzoek: ‘Mag ik mij even alleen terugtrekken in de bergen om over mijn dood te rouwen?’ Of was het haar gesneefde moederschap? Dan klinkt de monoloog van de naamloze dochter Filia. Van Veldhoven: “Alle grote thema’s zitten erin, boosheid, herinnering aan een mooi leven, het accepteren van de dood en ook het besluit om dood te gaan. En dat allemaal door een puber! Dat is niet te bevatten!” Het knappe, zo onderbouwt Van Veldhoven, zijn de betrekkelijk simpele middelen die Carissimi voor zo’n groot drama gebruikt.

Sobere notatie

In de eenvoud ligt ook de betekenis van Carissimi, Schütz en navolgers. Terwijl nog werd geput uit het werk van componisten als Praetorius en eerder, lieten luttele bezoeken aan Italië zich niet onbetuigd. Hoewel nog leunend op de temperamenten van weleer (sanguinische, flegmatische, cholerische en melancholische temperament, MM) is het ook de vroegzeventiende-eeuwse stijl en compositieleer die zich aan hen ontvouwt. Een leer waarin woord en muziek subliem samengaan. Maar niet zonder doel. Van Veldhoven: “Het staat allemaal in de retorische handboeken van de zeventiende eeuw. De kunst van het spreken en musiceren. Het gaat eigenlijk over communicatie. Zeker zijn van het effect van wat je doet op de luisteraar. Maar goed. Je kunt je begraven onder theorieboeken, als luisteraar hoef je er niets vanaf te weten. IMG_5901Het gaat erom dat je een betoog weet op te bouwen. Dat werkt nu nog steeds.” Meesterlijk drukt Carissimi de verschillende stemmingen van vader én dochter uit. In het tijdgewricht waarin woord en noot strijden om suprematie in dienst van het affect schrijft Kircher (Musurgia Universalis, 1650) dat Carissimi het allerbeste het gevoel en affect kan vangen. Met relatief bescheiden stijlmiddelen. Dat belooft wat. Van Veldhoven: “Een eenvoudige baspartij en een relatief eenvoudige melodielijn, de keuze van ritmes, modulatie en pauzes… Hierin worden die grote emoties gesublimeerd. Simpele middelen om de grote metaforen van het leven te vangen. Er is veel ruimte voor de uitvoerders. Er staan geen spectaculaire harmonieën, maar het werkt wél.”

Overdracht van affect

Wat betekenen die – soms vermanende – recitatieven voor de uitvoering? Van Veldhoven: “Schütz maakte de overgang mee van de Renaissance naar de Barok. In de Renaissance werd muziek geschreven deels over de hoofden van de luisteraars heen. Opera en oratorium zijn genres waar het publiek juist in de uitvoering wordt getrokken. Dat is belangwekkend. De uitvoering was dan ook mislukt als mensen niet geraakt werden.” De retorica en affectenleer boden daarvoor een context en middelen ‘om te raken’, zegt hij en somt op: compositiestijl, techniek (zoals dat nu ook is), begrijpelijk zingen, dictie, tekst, articulatie… zodanig dat de luisteraar het affect overneemt van de zanger.

Koorexpressie

Zowel de Musikalische Exequien als Carissimi’s Jephte zijn ook aantrekkelijk door de solistische delen. Vocaal Ensemble MUSA zal uit zijn midden een deel van de solisten leveren; voor de rol van Jephte heeft Jos van Veldhoven de bariton Drew Santini verkozen en Martha Paklar zal de naamloze dochter (‘filia’) vertolken. Iason Marmaras speelt in het continuo-ensemble ‘Os Orphicum’ en is bovendien repetitor. Binnen MUSA was er wel animo voor deze werkwijze. Hoe dat ging? Van Veldhoven: “Je hoort snel wat een zanger aan kwaliteiten heeft, wat de stem heeft aan expressiviteit. Belangrijk is dat een zanger in staat is om de ‘kleur’ te maken die nodig is voor dat stuk. En voor de zeventiende-eeuwse muziek is dat lastig. Als we tegenwoordig aan koren denken gaan we vaak uit van de SATB-indeling. Waarbij sopranen vooral hoog moeten kunnen en dergelijke. Deze muziek is voor alle huidige stemgroepen over het algemeen laag geschreven. Door te stemmen te mengen kan je in een stemgroep wel de kleur krijgen die je zoekt.”

Componist als goede vriend

Waarom werkt de muziek van Schütz? Ook hier en nu? Van Veldhoven: “De uitvoering, dat is het moment waarop het gebeuren moet. Voor 60% is het de componist met de partituur. De rest ontstaat ter plekke in de samenwerking tussen dirigent, koor en solisten met hun zangmiddelen en expressie. De componisten schrijven op wat ze voelen. Maar je kunt aan de hand van de partituur niet in het hoofd van Schütz kijken. Het is moeilijk om de muziek uit te voeren ‘zoals de componist het heeft bedoeld’. Bij Strauss en Mahler staat alles ingevuld en is een uitvoering helemaal vastgelegd. Op veel plaatsen gebruikten Schütz en Carissimi maar twee notenbalken. IMG_5896Het geheim is dat je aan de hand van de zwarte balletjes die wij noten noemen, als het ware een beeld kunt herbouwen. Wat is het juiste tempo, de bezetting, dynamiek, articulatie, frasering, affect…? Er ligt nog veel open. Daar ben ik zo van gaan houden. De ruimte voelen, en de bereidheid hebben om echt samen te werken met de componist om tot resultaten te komen. Die vrijheid is in de negentiende eeuw flink ingeperkt. De muzikant werd toen meer een instrument dan een artiest die vrijheden neemt, aanvult en interpreteert. Vaak moet je in de zeventiende eeuw completeren wat er niet is. En het werkt goed als je dan de componist ziet als je vriend. Dat helpt.”

Betekenis van het uitvoeren

Is het mislukt als de luisteraar niet is geroerd? Van Veldhoven: “Het is mijn plicht om te overtuigen zoals dat ook in de zeventiende eeuw het geval was. Het is daarbij niet zozeer nodig om begrip te hebben van de oorspronkelijke context. Belangrijker is dat de ziel wordt geraakt, dat er iets moois klinkt waarin de grote metaforen van het leven gekoppeld worden aan een eigen verhaal, aan eigen gebeurtenissen. Het streefniveau ligt hoog. Daarom repeteer ik met overtuigingskracht. Ik geef het kader en daarbinnen moeten de zangers zelf de kleuren vinden, affecten voelen en uitdrukken. Vanuit dat strenge kader is er veel vrijheid.” Van Veldhoven hoeft geen ‘puppets on a string’. Hij zoekt in dit project misschien wel beginnend meesterschap in de stijlmiddelen van de Barok. Maar zeker ook zal hij de ‘gezellen’ van MUSA aansporen tot de expressie die hoort bij het werk van Schütz en Carissimi.

Volg ons op Facebook en Twitter.