Nieuws

Interview met Daniel Reuss

“Bij een noot-met-punt is voor mij de punt geen stopteken!”

Kerst 2015: Daniel Reuss dirigeert Vocaal Ensemble MUSA. Makiri Mual interviewde gastdirigent Daniel Reuss over zijn visie op het dirigentschap, amateurkoren en het vocale repertoire.

Daniel Reuss (foto: Marco Borggreve)

Daniel Reuss (foto: Marco Borggreve)

De koorleden van MUSA leggen voor dit concert hun ziel en stem in handen van de vermaarde dirigent Daniel Reuss. Net voor vijf jaar getekend bij Ensemble Vocal de Lausanne smeedt hij met krachtige metaforen en subtiele handbeweging zijn koren. Knedend en altijd op de rechte weg. Hij prefereert koorleden met initiatief boven Hush Puppies!

Met stevige zelfspot opent Daniel Reuss het gesprek. “Ik ben een domme musicus en ik doe het met muziek. Ik probeer het met muziek te zeggen en doe dat zo basaal mogelijk. Ik sta gewoon op een podium en ik doe wat ik doe.” Muziek hoort bij het leven. Zo is hij grootgebracht. Niet teveel er over praten. “Ik hou niet zo van conceptuele kunst. Je moet eerst iets uitleggen, terwijl je als luisteraar echt wel snapt wat er bedoeld wordt. Want het komt aan!” Achter de schurende opmerkingen van Reuss gaat een grote liefde voor de muziek schuil. Ook zijn woonkamer ademt verdieping en concentratie.

r

Zangers zijn een beetje bang van je, weet je dat?

“Ik ben geen gladde jongen. Niet iedereen gaat zwijmelen als ze me zien. De ene helft vindt het leuk. De andere helft vindt het bedreigend omdat ik direct ben. Mijn eigen ensemble is het gewend en kan er tegen.” Reuss geldt als veeleisend met een heldere visie op de muziek. Hij groeide op met een moeder die muziekjuf was. Muziek hoorde, en hoort, bij het leven. Daniel, Nijmegenaar en katholiek van origine, bezocht de Lourdeskerk en zong er in een kinderkoor. “Maar er was ook een tijdje niks”, zegt hij. “Toen domineerden vooral Bob Dylan en Herman van Veen. Toen ging ik studeren en raakte geïspireerd door het Nijmeegs universitair Kamerkoor Audite Nova onder leiding van Bruno de Greeve. Daarna volgden schoolmuziek en uiteindelijk koordirectie als hoofdvak.” En zoals bekend een indrukwekkende carrière!

Hollands glorie? Peter Dijkstra en Gijs Leenaars doen het goed

“Maar dan heb je het wel zo’n beetje”, zegt hij relativerend. “In Duitsland en in Europa zijn ook heel veel goede koordirigenten.” Dus daar moeten we niet zo moeilijk over doen! “Succes”, zo legt hij uit, “heeft te maken met talent en wilskracht.” Maar het moet wel samenvallen allemaal. Hij memoreert zijn afwijzing bij een masterclass van Uwe Gronostay. “Om een kleine secunde!”, benadrukt hij. Zuur, maar het heeft zijn internationale carrière niet gemankeerd. Daniel: “Ik studeerde in Nederland als eerste af op alleen koordirectie en toen miste ik wel de mogelijkheden van nu. Peter en Gijs zijn echt grote talenten. Tegenwoordig gaat het wel wat sneller; een concours winnen en je bent binnen!”

En toen werd je gebeld om Peter Dijkstra te vervangen met Kerst

Daniel Reuss repeteert met MUSA

Daniel Reuss repeteert met MUSA

“Ik had MUSA nog nooit gehoord. Tijdens de eerste repetitie bleek ik veel mensen te kennen. Van het Oude Muziek koor, het NSK, Venus en zo. Allemaal mensen voor wie koorzingen heel belangrijk is en dat vind ik ook belangrijk.” Zijn lof steekt hij niet onder stoelen of banken. “Het zijn van de amateurs wel de routiniers. MUSA is eigenlijk de Fine Fleur van de korenwereld.”

“Het is goed en belangrijk dat er een amateurkoor is in Nederland waar mensen die van wanten weten elkaar kunnen ontmoeten. Vroeger was het meer versnipperd en had je in elk koor wel twee heel goede zangers, bij Venus met moderne muziek en zo voort … Kortom, de goede mensen zaten niet bij elkaar. Het is mooi om te zien dat je met MUSA moeilijke dingen op hoog niveau kan doen!”

Jong (amateur)talent

Reuss plaatst zich bewust buiten de moeilijk toegankelijke Europese dirigentencarrousel. Dat schept afstand, maar ook ruimte voor concentratie op de muziek en de op talenten die er zijn. Zo deed Peter Dijkstra eindexamen koordirectie met het RIAS Kammerchor. Reuss: “Bij Capella Amsterdam hebben we de serie Carte Blanche waar een jonge dirigent kansen krijgt. En binnenkort starten we een traject waarbij een aantal zangtalenten een paar jaar wordt begeleid. Zo helpen we het gat te dichten tussen amateur- en beroepszangers. Dat bestond vroeger niet. Het was toen protectionistischer. Toen werden door de krenkbare chefs bij voorkeur mindere gastdirigenten uitgenodigd. Stel je voor dat je niet meer werd teruggevraagd!”

Gastdirigentschap en het amateurkoor

Daniel: “Het gastdirigentschap. Tja, je hebt meestal een week. Dan moet je het voor elkaar zien te krijgen, weerstand overwinnen … En tijdens het concert valt het koor terug in oude gewoontes. Dan vraag ik me wel eens af waarom ik hier eigenlijk ben geweest. Koren functioneren daarin anders dan orkesten. Orkestleden passen zich sneller aan. Je hebt bij koren minstens twee weken nodig om het gedrilde koor iets te veranderen. Met MUSA heb ik die tijd wel. En ik hou van repeteren. Dan gaat het allemaal beter zitten. MUSA is gedrild door Peter Dijkstra in zijn esthetiek. Hoge kwaliteit, en goed op zijn manier. De uitdaging is of MUSA ook goed kan zijn op een ándere manier. De eerste repetitie was veelbelovend. Maar er zijn nog genoeg uitdagingen.”

Hoe hij denkt over deze programmering?

Samengevat: Er is veel slecht koorwerk geschreven. Punt. En aan het notenbeeld leest Daniel Reuss vaak de zeggingskracht af van de compositie. “Het leven is te kort om slechte stukken uit te voeren”, zegt hij.” Over het repertoire van het MUSA-project is hij positief. “Rheinberger schrijft fantastisch voor de stem! Kijk naar ‘Bleib bei uns’. Of het de ernst van Brahms heeft betwijfel ik. Maar de Cantus Missae van Rheinberger is prachtig. Hoewel niet overal even sterk, is het Kyrie bijna symfonisch.” Niet gevaarlijk dweperig zoals bijvoorbeeld de mis van Pizetti, denk ik hardop? “Pizetti doe ik in principe niet. Ik vind hem een slechte componist. Maar goed, je hoeft ook niet alles mooi te vinden!

“Het is niet zo eenvoudig om Rheinberger goed te laten stemmen. Daarnaast heeft MUSA nog niet veel Schütz gedaan en ik ben benieuwd of MUSA middentoon kan zingen. De basis van de klank staat en, zo stelt hij gerust, je kan het slechter treffen. Het wordt wel een uitdaging in de Domkerk om de balans tussen sopranen en de onderstemmen te vinden.” Poulenc begrijpt het volgens Reuss ook helemaal. “Zijn motetten zijn geweldig en natuurlijk Figure Humaine.” En ook hier gaat het om uitvoering. “Zing je het à la Mozart of als Brahms. Ik ben meer van het strakke. Zo behandel ik ook de ritardandi en het rubato. Het lijkt er overigens op dat Poulenc het zelf ook een beetje zo wilde.”

“Het moet ook ráken”, zegt Reuss. Zowel de compositie als de uitvoering ervan. Daar waar Max Reger hem koud laat treffen de Lamentaties van Krenek hem tot op het bot. “Krenek is hard werken, maar dan heb je ook wat. Reger maakt composities die ‘bigger than life’ zijn, met een onbegrijpelijke chromatiek.” Het heeft ogenschijnlijk ook iets met het menselijke te maken, met diepe emoties. En ook weer niet. Daniel: “Bij Olivier Messiaen ontbreekt ook iedere menselijk maat, maar het is wel verschrikkelijk mooi! Kwaliteit? The proof of the pudding is in the eating. Dan is het handig dat je wat ouder bent en je ervaring wat groeit. Ik denk wel eens, dat het me nu eindelijk lukt om met weinig middelen grote veranderingen te realiseren.”

Wat vind jij belangrijk als interpreet?

Foto: Chantal Bekker

Foto: Annelies van der Vegt

“De inhoud is deels maatgevend. In geval van Kerst is het duidelijk. Weet wat je zingt. Hoewel tekst niet altijd dienend is. In Estland hebben ze veel eigen Ests repertoire. Ik had geen idee waarover het ging. En dat was bevrijdend. De muziek deed alles; je voelt waar het over gaat en wanneer het dramatischer wordt… Ik heb het eens als experiment gedaan, om het niet te weten. Interessant.”

Van uitleg is hij niet zo geporteerd. Teveel woorden? Of zit de taal de muziek in de weg? “Soms is het mooi als de muziek geen rekening houdt met de taal. Vaak zijn onhandige tekstplaatsingen onkunde. Of je onderscheidt je daar bewust in, zoals Luigi Nono die tekst gebruikt als ordeningsprincipe van klank (Nono reduceerde tekst en taal tot geluid en musiceerde daar serieel mee, MM). Maar praktisch: als je iets Duits zingt moet het wel mooi Duits zijn!”

Hoe breng je geschoolde amateurs naar grotere hoogte?

“Voor een gedeelte al door er te zijn! Daarnaast gebruik ik een beeld en ook flauwe metaforen. Soms ben ik wat serieuzer. Ik probeer altijd in mijn beelden zo plat mogelijk te zijn. Laagdrempelig om het dichtbij te halen. Over ‘poepen’ en ‘poppen’, wanneer het gaat over de ‘oe-klank’ die als een ‘oo-klank’ gezongen wordt. Alledaags, zoals muziek met het leven te maken heeft. Ik probeer een beeld te geven waarmee iedereen aan de slag kan.” Reuss is uitgesproken helder in zijn benadering op alle niveau’s. Ter illustratie de uitleg van een ‘punt’: “Bij een noot-met-punt is voor mij de punt geen stopteken, maar staat de punt voor een doorgaande klank.”

Ontmoet je geen kritiek? “O, iedere repetitie krijg ik commentaar. Niet tijdens de repetitie. Maar ik sta open voor kritiek. Op die fiets blijf je altijd levendig.” Maar goed, soms is het ook niet goed genoeg wat je hoort!? “Dan vind ik het écht niks. Ik houd ook niet van een koor dat klinkt als engeltjes. Het moet iets zijn dat verbonden is. Verbinding tussen Boven en beneden! Er is helaas weinig muziek geschreven in de 20ste eeuw waarbij boven en beneden zo verbonden zijn. Jammer. Zoals Stravinsky zei: ‘Wereldlijk is gory, gory’ en ‘geestelijk glory, glory’.“

Volg ons op Facebook en Twitter.